
Vier jaar is het inmiddels geleden dat Walter Willigenburg thuis op zijn werkkamer een A4-tje volschreef. “We willen mensen helpen door met onze helpdesk hulpvraag en hulpaanbod bij elkaar te brengen. En dat oorspronkelijke idee staat nog rechtovereind.” HiP draait inmiddels in vijf plaatsen en 11 plaatsen zijn in voorbereiding.*
De kerkelijk opgevoede Walter doet eigenlijk niet meer zoveel aan het geloof. Totdat zijn moeder kanker krijgt. In die tijd is hij directeur-eigenaar van een adviesbureau in veiligheidszaken. Een van zijn werknemers vertelt hem terloops dat hij die avond naar een genezingsdienst gaat. Walter besluit mee te gaan om te kijken of dit iets voor zijn moeder zou kunnen zijn. “Wat ik zag, was helemaal nieuw voor mij; het leek op de Handelingen- tijd. Blinden gaan zien, doven gaan horen en lammen staan op uit de rolstoel. Niet één, niet tien, niet honderd, dat ging alle dagen door.” Sommige aanwezigen tonen manifestaties van de Geest en vallen op de grond. Walter vindt het echter z’n onzin dat hij besluit niet te reageren als de voorganger voor hem staat. Er gebeurt op dat moment dan ook helemaal niets. Tot hij zich bedenkt: “Ik wil het wel! Toen ben ik op mijn knieën gaan zitten en wat er toen gebeurd is, dat was zo overweldigend…Op dat moment voelde ik een krachtige aanraking van God. Die avond heb ik gekozen om voor God te leven.” Als hij het vertelt, emotioneert het hem weer. “Ik was niet eens op zoek naar iets; ik was er alleen voor mijn moeder. Ik wist dat dit drastisch was, dat het mijn leven zou veranderen.”
Later, in een dienst in mijn eigen PKN-gemeente, heb ik tegen God gezegd: “Ik wil wekelijks twee of drie dagen van mijn leven aan U geven; ik wil iets doen in dienst van U.” Een jaar lang draait Walter mee in een groep zakenmensen die zich afvragen hoe zij vanuit hun geloof en hun mogelijkheden vanuit het bedrijfsleven iets voor de samenleving zouden kunnen doen. Het levert niets op en de groep wordt ontbonden. Als Walter op een middag, op de overloop van zijn huis, wat loopt te denken, valt het idee voor HiP hem zomaar te binnen. “Een seconde maar, toen wist ik: dit is het. Kerken kunnen relevant zijn voor de samenleving door concrete hulp te bieden. Alleen moet de hulpbieder in contact gebracht worden met de hulpvrager. Een telefonische helpdesk zou de lokale kerken hierin goed kunnen ondersteunen. Ik heb er nog een tijdje over nagedacht en het idee op mijn PC uitgewerkt. Ik wist dat het heel succesvol zou kunnen zijn, maar vroeg me wel af wie het zou kunnen gaan doen. Tot mensen om me heen zeiden: “Jij hebt de visie gekregen, je moet het zelf gaan doen.” Walters idee blijkt op een goed moment te komen. “Hulp in Praktijk is in mijn hart ontstaan, terwijl ik helemaal geen achtergrond had in zorg of welzijn. En wat blijkt: mijn visie past precies in het streven van de overheid naar een participatiestaat. Via de Wmo roept de overheid kerken op om iets te doen voor de samenleving. Alleen weten ze niet hoe ze dat moeten oppakken. Wij leveren een instrument aan waarmee kerken mensen kunnen bereiken. De hulp wordt verleend vanuit de lokale kerken. We willen er geen HiP sticker opplakken, want dan zou de kerk niet meer zichtbaar zijn.” Matteus 5:16 “Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.”Dat is wat we willen: de kerk door daden zichtbaar maken. Met Hip willen we via plaatselijke kerk christenen mobiliseren om mensen in nood te helpen. Door wat je doet, laat je zien wie je bent.
* Dit verhaal is geschreven door Arie Kok en is verschenen in EO-Visie, nov 2007
Lees meer van HiP oprichter Walter Willgenburg op zijn Blog.